Welke maat schaakbord kies je? De complete gids
Inhoud · 7 delen
Om thuis te spelen kies je een schaakbord van 40 tot 45 cm met een koning van 7,5 tot 8,5 cm. Voor de club of om onder toernooiomstandigheden te trainen, mik je op het FIDE-formaat: velden van 5 tot 6 cm (een bord van ongeveer 50 cm) en een koning van ongeveer 9,5 cm.
Deze gids geeft je de juiste maat voor elk gebruik, de officiële normen en een methode om te controleren of een bord en schaakstukken bij elkaar passen. Wil je meteen modellen vergelijken? Bekijk dan al onze schaakspellen en schaakborden.
- Het gaat om de maat van het veld, niet van het bord: een brede rand kan per veld 1 cm schelen.
- De voet van de koning moet ongeveer driekwart van een veld bedekken.
- FIDE-formaat: velden van 5 tot 6 cm, koning van 9,5 cm, vier pionnen moeten op één veld passen.
- Thuis: 40 tot 45 cm. Op reis: 18 tot 30 cm. Club: ongeveer 50 cm.
De juiste maat per gebruik
De tabel vertrekt vanuit het gebruik en geeft daarna de maten en een passend model uit ons assortiment. De veldmaten zijn richtwaarden: ze hangen af van de breedte van de rand.
| Gebruik | Bord | Veld | Hoogte koning | Voorbeeld bij Gambiko |
|---|---|---|---|---|
| Op zak, onderweg | 17 tot 25 cm | ongeveer 2 tot 2,8 cm | 4 tot 4,5 cm | mini magnetisch spel van 17,8 cm, koning van 4,2 cm |
| Op reis, eerste schaakspel voor een kind | 29 tot 35 cm | ongeveer 3,2 tot 3,8 cm | 5 tot 6,5 cm | magnetisch opvouwbaar spel van 29 cm, koning van 5,2 cm |
| Thuis, met het gezin, in de woonkamer | 39 tot 45 cm | ongeveer 4,2 tot 5 cm | 7,5 tot 8,5 cm | opvouwbaar bord van 39 cm, koning van 8 cm |
| Club, toernooi, training | 48 tot 55 cm | 5 tot 6 cm | 9 tot 10,5 cm | flexibel bord van 51 cm, velden van 5,7 cm |
Schuif de tabel opzij om alle kolommen te zien.
Om thuis te spelen
Een bord van 39 tot 45 cm past op een salontafel, verdwijnt makkelijk in een kast en laat genoeg ruimte voor je vingers om de stukken te pakken. Het is het formaat van de meeste opvouwbare houten spellen: je speelt comfortabel zonder van de woonkamer een toernooizaal te maken. Blijft het spel in het zicht staan, dan telt de houtsoort net zo zwaar als de maat: onze gids over het hout van een schaakbord zet de opties naast elkaar.
Voor de club en toernooien
Clubs en wedstrijden gebruiken velden van 5 tot 6 cm, vaak rond 5,5 tot 5,7 cm, met zware stukken en een koning van 9,5 cm. Wie op hetzelfde formaat traint, verliest op de toernooidag geen visuele houvast. Het flexibele, oprolbare bord is de standaard in clubs: het is stil, glijdt niet weg en past in een tas.
Op reis
Op reis draait alles om het formaat: een bord van 18 tot 25 cm schuif je zo in een tas, en magnetische stukken blijven staan in de trein of de auto. Boven de 30 cm is een spel niet echt meer ‘voor op zak’. Alle formaten vind je bij ons reisschaakspel.
De officiële normen van de FIDE
De internationale schaakfederatie FIDE legt vast welk materiaal gebruikt wordt in de wedstrijden die zij erkent. De Koninklijke Nederlandse Schaakbond (KNSB) volgt deze regels. Sinds 1 maart 2026 gelden de volgende normen.
| Onderdeel | FIDE-norm | Om te onthouden |
|---|---|---|
| Veld | 5 tot 6 cm per zijde | dus een speelveld van 40 tot 48 cm |
| Verhouding veld en stukken | vier pionnen moeten op één veld passen | de eenvoudigste test om thuis te doen |
| Koning | 95 mm, tolerantie van 10 % | van 8,55 tot 10,45 cm |
| Overige stukken | dame 85 mm, loper 70 mm, paard 60 mm, toren 55 mm, pion 50 mm | de volgorde van de hoogtes moet kloppen |
| Voet van de stukken | 40 tot 50 % van hun hoogte | van 3,8 tot 4,75 cm voor de koning |
| Speeltafel | ongeveer 110 × 85 cm, 74 cm hoog | tolerantie van 15 % op lengte en breedte |
Schuif de tabel opzij om alle kolommen te zien.
De FIDE legt de totale maat van het bord niet vast: alleen het veld telt. Ze vraagt ook een mat oppervlak en een goed leesbaar contrast, ook voor kleurenblinde spelers.
Zo controleer je of een schaakbord de juiste maat heeft
Drie controles zijn genoeg, of je nu een compleet schaakspel koopt of een los bord en losse stukken.
- Bereken de echte maat van de velden. Trek de twee randen af van de breedte van het bord en deel door 8. Een bord van 40 cm met aan elke kant 2 cm rand heeft velden van 4,5 cm, niet van 5 cm.
- Vergelijk de voet van de koning met het veld. De voet van de koning moet ongeveer driekwart van het veld bedekken. Is hij kleiner, dan lijken de stukken verloren te staan; is hij groter, dan zitten ze elkaar al in de opening in de weg.
- Doe de test met vier pionnen. Zet vier pionnen op hetzelfde veld: ze moeten erop passen zonder uit te steken. Dat is de regel van de FIDE, en hij werkt voor elk formaat.
Webshops hebben het vaak over ‘maat 4, 5 of 6’. Die nummers komen niet bij elk merk overeen met dezelfde afmetingen: ga altijd uit van de maat van de velden en de hoogte van de koning, in centimeters.
De juiste maat per speler
- Een kind: een bord van 29 tot 35 cm en een koning van 5 tot 6,5 cm passen bij kleine handen. Magnetische stukken voorkomen omgegooide partijen. Let op bij heel kleine spellen: de stukken zijn niet geschikt voor kinderen onder de 3 jaar.
- Een volwassen beginner: een schaakspel van 39 tot 45 cm is genoeg. Een bord met coördinaten (a tot h, 1 tot 8) op de rand helpt om de notatie te leren.
- Een clubspeler: het FIDE-formaat, om onder dezelfde omstandigheden te trainen als in wedstrijden.
- Een oudere of slechtziende speler: een groot formaat (50 cm en meer), verzwaarde stukken en een sterk contrast tussen de velden maken het bord makkelijker leesbaar.
Hoeveel ruimte heb je nodig om te spelen?
In wedstrijden rekent de FIDE op een tafel van ongeveer 110 × 85 cm voor een bord, een schaakklok en de geslagen stukken. Reken thuis op minstens 60 cm breedte voor een bord van 40 cm en 80 cm voor een toernooibord: aan elke kant moet ruimte zijn voor de geslagen stukken, en voor een schaakklok als je met een speeltempo speelt.
Het bord moet ook tussen twee partijen kunnen blijven liggen. Een opvouwbaar schaakspel van 39 cm past in een gewone boekenkast; een flexibel bord van 51 cm rol je op in een koker.
Onze selectie per formaat
Een zakschaakspel, een schaakspel voor in de woonkamer en een schaakspel op toernooiformaat: de drie maten die bijna elke behoefte dekken.
Bron: FIDE Handbook, schaakmateriaal zonder elektronische componenten, van kracht sinds 1 maart 2026.









